Column door directeur van jeugdzorg Amsterdam:

Werken in de jeugdzorg is betekenisvol. Het start altijd bij zeer heftige en verdrietige situaties, maar wat is er mooier dan vervolgens alles op alles zetten om het verschil te maken voor kinderen in de knel. Werken in de jeugdzorg brengt ook vele ontmoetingen mee met bijzondere mensen. In de eerste plaats natuurlijk de kwetsbare kinderen en onmachtige ouders die zich vanuit moeilijke zo niet onmogelijke omstandigheden met veel inzet proberen te ontworstelen aan de slechte hand met kaarten die ze toebedeeld hebben gekregen. Maar natuurlijk ook de bevlogen professionals die zich met hart en ziel inzetten voor het beschermen van de kinderen in de knel. En niet te vergeten de mensen uit het sociale netwerk, de vrijwilligers en pleegouders. Allemaal zijn ze onmisbaar, want alleen gezamenlijk lukt het om kwetsbare kinderen blijvend veilig te laten opgroeien. We moeten allemaal een beetje jeugdbeschermer zijn, zeg ik wel eens.

Je komt dus veel bijzondere mensen tegen als je in de jeugdzorg werkt. In mijn vorige column beschreef ik al mijn ontmoeting met Frank de la Bey. En soms kom je wel heel bijzondere mensen tegen. Onlangs viel me de eer te beurt om Roos Haase persoonlijk te leren kennen. Ik kende haar al van naam, vanwege haar actieve rol ten tijde van het onderzoek van de commissie Samson, als pleitbezorger namens de slachtoffers van seksueel misbruik in de jeugdzorg. De aanleiding om haar persoonlijk te leren kennen was ook nu weer een verdrietige. Er zijn naar aanleiding van het rapport van de commissie Samson weliswaar twee schaderegelingen in het leven geroepen, maar om daarvoor in aanmerking te komen is bewijslast nodig anders dan het verhaal van het slachtoffer zelf. Dit terwijl het probleem bij seksueel misbruik nu vaak is dat slachtoffers er hun mond over houden. Daarbij komt dat vooral bij oudere zaken het vinden van bewijslast in archieven vaak niet meer mogelijk is. Zo dreigt een groep slachtoffers buiten de boot van publieke erkenning en genoegdoening te vallen. Daarover is natuurlijk het laatste woord nog niet gezegd.

Zo leerde ik dus de nog altijd strijdbare Roos Haase kennen. Ze vertelde me iets over haar levensverhaal en ik las onlangs het door haar geschreven boek “Crisiskinderen: dagboek van een opvangmoeder”. Zoals het op de achterflap van het boek te lezen is: ”Geen seconde van haar jeugd zou ze willen overdoen, maar tegelijk wist ze al heel vroeg dat ze haar ervaringen wilde omzetten in iets positiefs. Ze besloot pleegmoeder te worden en dat heel anders te doen dan haar eigen pleegmoeder. Samen met haar man ving Roos meer dan honderd kinderen op die om allerlei redenen uit huis werden geplaatst. Ze gaven ze tijdelijk een veilige plek in hun eigen gezin. De een kort, de ander wat langer, de een nog een baby, de ander al een tiener. Zonder uitzondering kinderen met een eigen, soms verschrikkelijk, verhaal. Vaak gaat het om kinderen van verslaafde, agressieve of verstandelijk beperkte ouders, soms om kinderen die geboren zijn met een verslaving of met een hersenbeschadiging door alcoholgebruik tijdens de zwangerschap.”

Als geen ander heeft Roos de verschrikkelijke ervaringen uit haar jeugd weten om te zetten in heel veel positiefs. Als geen ander heeft ze het verschil gemaakt voor kwetsbare kinderen in de knel. Ik maak een diepe buiging voor haar en neem tegelijk mijn pet voor haar af. Roos Haase is een wel heel bijzonder mens. Neem vooral eens een kijkje op haar website www.rooshaase.nl en steun haar Stichting Warme Jas voor uit huis geplaatste kinderen die door seksueel, drank- of drugsgebruik van hun ouders, uit huis zijn geplaatst.

Door op Nieuws

Reacties uitgeschakeld voor Een wel heel bijzonder mens

Pin It on Pinterest

Share This